• Maatwerk trappen
  • Inspiratie
  • Seriematige trappen
Home / Traptermen

Traptermen

De trap is een uitstekende bron voor vakjargon. Wij praten de hele dag over trappen en gebruiken daarom soms woorden die u misschien nog nooit heeft gehoord. Om te voorkomen dat u in de war raakt van alle traptermen die wij gebruiken, hebben we de belangrijkste termen voor u op een rijtje gezet. Bestudeer deze pagina goed en zorg zodat de trap geen geheimen meer voor u heeft!

De Basis

Trede
Het horizontale vlak waar u uw voet op plaatst.

Stootbord
Het verticale plankje tussen de traptreden.

Looplijn
De (denkbeeldige) lijn waarin de gebruiker van de trap loopt.

Klimlijn
De (denkbeeldige) vloeiende lijn die de voorzijden van de traptreden verbindt.

Trapboom
De traptreden worden in of op de trapboom geplaatst. De boom kan voorzien worden van nesten, waarin de treden worden geplaatst. Ook kunnen de treden op de boom worden geplaatst. We spreken dan van een keepboomtrap. De buitenboom/muurboom wordt tegen de muur geplaatst, de binnenboom zit vast aan de trapspil.

Doorloophoogte
De afstand van de treden tot aan het plafond. In het nieuwe bouwbesluit dient deze hoogte nooit minder dan 2.30m te zijn. In het oude bouwbesluit was de minimum doorloophoogte 2.10m.

Trapspil
De verticale paal op de vloer waar de trap op steunt.

Trapgat
Het gat in de verdieping dat wordt uitgespaard om de trap te plaatsen.

Doorloophoogte

Let op, de doorloophoogte van een trap meet je niet vanaf de traptrede, maar vanaf de stijgingslijn tussen de twee treden, de klimlijn. De doorloophoogte is de afstand tussen deze lijn en het begin van het trapgat.

Traptreden

Aantrede
Horizontale afstand tussen twee voorzijden van opeenvolgende treden.

Optrede
Verticale afstand tussen de bovenzijden van opeenvolgende treden.

Wel
De oversteek van de voorzijde van de bovenliggende traptrede ten opzichte van de onderliggende achterzijde.

Wellat (of neuslat)
Sierlijk latje onder de wel.

Welstuk
Kleinere traptrede die aansluit op de verdiepingsvloer.

Weltrede
Volledige eindtrede bovenaan de trap.

Bloktrede (of welkomstrede)
De onderste traptrede die om de trapspil wordt geplaatst. Breder dan de andere traptreden. Geeft een sierlijke uitstraling.

Bordes
Plateau tussen de traptreden. Rustpunt in de trap en geeft sierlijke uitstraling.

Traptreden

We kunnen het nog zo duidelijk omschrijven, een afbeelding werkt altijd beter.

Leuningen, hekken en spillen

Balustrade
Hekwerk dat aan de zijkant van de trap is bevestigd, met dezelfde stijgingshoek als de trap.

Leuning (of muurleuning, handrailing)
Leuning die aan de muur wordt bevestigd.

Dekregel
Handregel aan de bovenzijde van de balustrade of het vloerhek.

Onderregel
Regel aan de onderzijde van de balustrade of het vloerhek.

Spijl (of baluster)
De spijlen verbinden de onderregel en de dekregel van de balustrade of het vloerhek.

Vloerhek (of verdiepingshek/traphek)
Horizontaal hekwerk op de verdieping om te voorkomen dat je naar beneden valt.

Hulpspil (of hoofdbaluster)
Spil op de verdieping of de vloer waar een vloerhek aan kan worden bevestigd.

Wrongstuk
Bochtstuk om leuningen in de hoek te koppelen.

Leuningdrager
Drager ter ondersteuning van de muurleuning.

Sleutelgatmodel (of geprofileerde leuning/omegamodel)
Leuning of dekregel in de vorm van het een sleutelgat of omegasymbool. Bijvoorbeeld bij de Las Palmas.

Sierkop (of sierkap/piramidekop)
Sierwerk bovenop de trapspil of hulpspil

Deuvels
Gaatjes in de bovenkant van de trapspil waar een andere trapspil aan bevestigd kan worden.

Knieregels
Horizontaal of diagonaal regelwerk onder de dekregel, bevestigd aan de spijlen. Vaak op kniehoogte.

Inkrozing
Een inkrozing is een ruimte waarin andere traponderdelen bevestigd worden aan de spil.

Vloerhek en balustrade

Het verschil tussen een vloerhek en een balustrade is niet voor iedereen duidelijk. Het verschil: de balustrade zit bevestigd aan de trap en gaat met dezelfde stijgingshoek naar boven. Een vloerhek loopt horizontaal en zit bevestigd aan de vloer.

Trapsoorten

Bovenkwart Trap
Trap die aan de bovenkant een kwartdraai naar links of rechts maakt.

Onderkwart Trap
Trap die aan de onderkant een kwartdraai naar links of rechts maakt.

Steektrap
Trap die geen draai maakt. Alleen maar rechtdoor dus.

Tweekwart Trap
Trap die tweemaal een kwartdraai naar links of rechts maakt.

Driekwarttrap
Een trap met driemaal een kwartslag draai.

Bordestrap
Trap met een bordes tussen de treden.

T-trap
Bordestrap waar aan drie zijden trappen zijn verbonden.

Niveautrap
Kleine trap die een niveauverschil overbrugt. Pas op dat u niet struikelt.

Spiltrap/wenteltrap
Een soort trap waarbij alle treden aan dezelfde spil vastzitten.

Halfslagtrap
Zelfde als een spiltrap, maar dan met een rechthoekige buitenzijde.

Keepboom trap
Bij een keepboom trap liggen de traptreden op de boom.

Z-profiel Trap
Trap met diagonale stootborden.

S-trap
Trap die tweemaal een kwartslag draait, in verschillende richtingen.

Bloktrap
Trap zonder neus.

Keepboom Trap
Bordestrap
Bloktrap
Onderkwart Trap
Z-profiel Trap

Trapboom

Nesten
In de trapboom worden ‘nesten’ gefreesd waarin de traptreden worden geplaatst. Het wordt dan een ‘geneste trap’.

Duivenjager
Klassiek gefreesd sierwerk op de lange zijde van bijvoorbeeld een boom of regelwerk.

Paneelboom
Een trapboom die aan de onder- of bovenzijde tot de bovenkant of de onderkant van de vloer loopt.

Boomregels of boomlijsten
Sierregel aan de bovenzijde of onderzijde van de trapboom.

Verkenning
Verschil tussen de zijkant van de trapboom tot aan de buitenzijde van de spil.

Kuipstuk
Gebogen binnenstuk van een ronde spiltrap.

Afwerking

Draaiwerk
Rond gedeelte in een spijl of een spil.

Holgroef
Sierlijke groef in de trapspil of spijl. Ronde vorm.

Vlakgroef
Sierlijke groef in de trapspil of spijl. Kantige vorm.

Hoekfacet
Sierlijke groef in de trapspil of spijl.

Langsgroef
Groef in de lengte van de dekregel of leuning.

Broekje
Opgetrokken stootbord ten opzichte van de traptrede.